Voor het opzetten van een stretchtent heb je twee tot drie mensen nodig, de palen, spanbanden en grondpennen uit de complete set, en een vaste volgorde: eerst het doek, dan de palen en pennen, dan de hoekpalen, zijpalen en middenpalen, en pas aan het eind de laatste spanning. Deze gids volgt de twaalf stappen uit de instructievideo van BT Stretchtents. Lees altijd ook de opbouwhandleiding die bij je set hoort: daarin staan het aantal grondpennen per verankeringspunt en de maximale windbelasting van jouw tent.
Liever kijken? De instructievideo laat elke stap zien (5½ minuut, Engelse ondertiteling).
Wat je nodig hebt
- Een complete stretchtent set: het doek, de zijpalen en middenpalen, spanbanden met ratel, grondpennen, een middenpaalkap en karabijnhaken.
- Een grondzeil om het doek op te leggen.
- De touwset voor de V-touwen aan de zijpalen en een voetplaat voor elke middenpaal.
- Een paallifter voor de middenpalen, en voor langdurige opstellingen een stormbandset.
- Twee tot drie mensen.
Stap 1: De plek voorbereiden
Kies een vlakke, stevige ondergrond zonder obstakels. Houd rond de tent genoeg ruimte vrij voor de grondpennen en het afspannen: als vuistregel net zoveel ruimte als de paal hoog is. Bij een paal van 2 m is dat 2 m, bij een paal van 3 m is het 3 m. Gebruik bij het opzetten en afbreken altijd een grondzeil; dat voorkomt vuil en schade aan het doek. Leg het grondzeil op de plek waar de tent komt te staan.
Stap 2: Het doek uitleggen
Leg de tas met het doek in het midden van het grondzeil. Rol het doek helemaal uit en controleer of de gecoate kant boven ligt. Leg het doek in de richting van de opstelling die je wilt. Gebruik je stormbanden, leg ze dan nu klaar: dat gaat het makkelijkst voordat de palen omhoog gaan.
Stap 3: De palen neerleggen
Leg eerst alle palen rond het doek voordat je iets vastmaakt. De kortste palen gaan naar de vier hoeken. Verdeel de zijpalen gelijkmatig langs de randen. Maak de hoekpalen met karabijnhaken vast aan de lussen in het doek, maar de andere palen nog niet. Monteer links en rechts van elke zijpaal de touwset; die gebruik je later voor de dakpunten.
Leg elke paal in de richting van zijn ankerpunt. Zo krijg je vanzelf de juiste afstand, en een hoek van ongeveer 45 graden tussen de spanband en de grond. Zet de palen nog niet rechtop.
Stap 4: De grondpennen plaatsen
Sla de grondpennen in op de plekken die je net hebt uitgezet. De kop van elke pen moet iets boven de grond uitsteken. Zorg dat elke pen volledig en stevig in de grond zit voordat je spanning op het doek zet. In de opbouwhandleiding van je set staat hoeveel pennen je per verankeringspunt nodig hebt.
Stap 5: De hoekpalen rechtop zetten
Bevestig twee spanbanden aan elke hoekpaal en leid ze naar de bijbehorende grondpennen. Zet de banden vast zonder spanning. Zet daarna de hoekpalen rechtop en span de banden net zo ver aan dat de palen uit zichzelf blijven staan.
Stap 6: De zijpalen rechtop zetten
Bevestig één spanband aan elke zijpaal. Zet de zijpalen rechtop en span de banden aan. Zorg dat de randpalen iets naar buiten hellen: dat geeft de beste stabiliteit.
Stap 7: De middenpalen plaatsen
Zet de middenpaalkap op de top van de middenpaal. Dat gaat het makkelijkst met twee tot drie mensen en een paallifter. Zet de middenpaal op een voetplaat en zet hem goed vast. Zet een middenpaal nooit op een naad: altijd midden in een baan van het tentdoek.
Stap 8: Het dak spannen
Controleer eerst of alle spanbanden gelijkmatig gespannen zijn en stel bij waar nodig. Span daarna de V-touwen aan: die maken een lichte nok in het doek, waardoor het water beter afloopt en de tent stabieler staat.
Stap 9: De stormbanden aanbrengen
Breng bij langdurige opstellingen de stormbanden aan: leg de band op zijn plek, zet de grondpennen vast en zet de band licht op spanning, zonder plooien in de tent.
Stap 10: Eindcontrole
Loop rond de tent en controleer of het doek gelijkmatig gespannen is. De palen moeten stevig en licht schuin op de grond staan. Ruim losse banden en touwen op om slijtage en struikelen te voorkomen. Voor zijwanden, zie de zijwandenpagina met de montagevideo.
Stap 11: Veiligheid en onderhoud tijdens gebruik
- Controleer bij langdurige opstellingen regelmatig de spanning.
- Blijft er water op het dak staan, verwijder het dan meteen en pas waar nodig de spanning of de paalhoogte aan.
- Bij storm, harde wind of sneeuwbelasting haal je de tent direct neer. In de opbouwhandleiding staat de maximale windbelasting van jouw tent.
- Maak het doek schoon met een milde, pH-neutrale zeep, water en een zachte borstel of doek. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen en geen hogedrukreiniger. Meer in onderhoud en opslag.
Stap 12: De tent afbreken
Maak de V-touwen en de spanbanden aan de zijpalen los en leg het grondzeil weer op de grond. Haal de middenpaal of middenpalen neer, daarna de zijpalen, en maak de banden, touwen en karabijnhaken los. Verwijder de grondpennen; met een pennentrekker gaat dat veiliger en makkelijker. Maak het doek schoon en laat het helemaal drogen. Vouw daarna het doek en het grondzeil zorgvuldig op en berg alles droog op in de tenttas.
Welke tent past bij je evenement?
Weet je niet welke maat je nodig hebt? De maatcalculator laat zien welke tent past bij je aantal gasten, en de veelgestelde vragen beantwoorden vragen over wind, verankering en brandveiligheid. Vragen over het opzetten van je tent? Neem contact op.





